Overslaan naar inhoud

Een differentieel schakelt af zodra er stroom weglekt, bijvoorbeeld via een persoon. Het AREI legt vast waar welke gevoeligheid hoort: één algemene aan het begin, en 30 mA voor de kringen die het AREI opsomt, zoals de contactdozen, de verlichting en de badkamer.

Waarom bestaat de differentieel?

Een automaat reageert op een te grote stroom in de kabel. Maar wie een defect toestel aanraakt, laat veel te weinig stroom door zijn lichaam lopen om een automaat te laten afslaan. Daarvoor bestaat de differentieel.

Hij vergelijkt de stroom die een kring in gaat met de stroom die terugkomt. Zijn die niet gelijk, dan loopt er stroom langs een andere weg, bijvoorbeeld door een persoon of naar een metalen behuizing, en dan schakelt hij af.

De waarde in mA is de aanspreekstroom: hoe lager, hoe gevoeliger. Het AREI werkt met twee niveaus:

  • hoogstens 300 mA voor de algemene differentieel aan het begin van de installatie;
  • hoogstens 30 mA voor de kringen die het AREI opsomt (zie hieronder).

Zo plaats je ze in een woning

Ga in deze volgorde te werk:

  1. Zet aan het begin van de installatie een algemene differentieel van hoogstens 300 mA en, in een woning, minstens 40 A. Meerdere naast elkaar mag.
  2. Zet onmiddellijk daarna minstens één differentieel van hoogstens 30 mA voor de contactdozen (niet die van vaste toestellen), de verlichting, de ruimten met een bad of douche, en de was-, droog- en afwasmachines.
  3. Tel de eindkringen achter elke differentieel van 30 mA: het zijn er hoogstens 8.
  4. Kies voor elke differentieel minstens type A.

Een contactdoos die enkel een vast opgesteld toestel voedt, zoals een oven, het kookfornuis of de stoomoven, hoeft niet achter 30 mA. Of het toestel echt vast opgesteld is, blijkt niet uit het schema: dat wordt ter plaatse nagekeken.

Waarom acht kringen en type A?

Bij een lekstroom valt de hele differentieel uit. Hoe meer kringen erachter hangen, hoe groter het deel van de woning dat bij één fout tegelijk zonder stroom valt. Daarom is het aantal begrensd tot 8 eindkringen per differentieel van 30 mA. Heb je er meer, neem dan een tweede differentieel.

Het type zegt voor welke soort lekstroom de differentieel gebouwd is. In een woning is type AC niet toegelaten: neem minstens type A en lees het type af op het toestel zelf.

Bij de keuring wordt onder meer gekeken of:

  • de algemene differentieel hoogstens 300 mA en minstens 40 A is;
  • de testknop van elke differentieel werkt en bereikbaar is;
  • het eendraadschema van elke differentieel het type en de kenmerken vermeldt, dus ook de aanspreekstroom in mA.

Voorbeeld: Een woning met drie slaapkamers

Je plant de eindkringen van een nieuwe woning met 3 slaapkamers. Hoeveel kringen komen er achter een differentieel van 30 mA?

EindkringAantalAchter 30 mA
Verlichting (meer dan twee lokalen: minstens twee kringen)2Ja
Contactdozen (hoogstens 8 per kring, hier over drie kringen verdeeld)3Ja
Wasmachine, droogkast en vaatwasmachine (elk een eigen kring)3Ja
Kookfornuis en elektrische oven (elk een eigen kring)2Niet verplicht voor een vast opgesteld toestel

Achter de eerste differentieel van 30 mA hangen 2 + 3 + 3 = 8 kringen: dat is de grens. Zet je ook het fornuis en de oven erachter, dan zijn het er 10. Neem dan een tweede differentieel van 30 mA.

Aan het begin van de installatie staat een algemene differentieel van hoogstens 300 mA en, in een woning, minstens 40 A. Elke differentieel is minstens type A.

De beveiligingen in het bord

Differentieel: schakelt af bij een lekstroom
Differentieel: schakelt af bij een lekstroom
Automaat: beschermt de kabel
Automaat: beschermt de kabel
Smeltzekering: beveiligt de kabel tegen overstroom
Smeltzekering: beveiligt de kabel tegen overstroom

Valkuil: Type AC en de negende kring

  • Type AC. In een woning is een differentieel van type AC niet toegelaten. Kies minstens type A en lees het type af op het toestel zelf.
  • Negen kringen achter één differentieel. Achter een differentieel van 30 mA staan hoogstens 8 eindkringen. Tel ze na vóór je een kring bijplaatst.
  • De testknop. Bij de keuring moet de testknop van elke differentieel werken en bereikbaar zijn.

Tip: Tel altijd drie dingen

  • Algemene differentieel: hoogstens 300 mA, minstens 40 A.
  • Eindkringen achter 30 mA: hoogstens 8 per differentieel.
  • Type: minstens type A op elke differentieel.

Wat het AREI zegt

Art. 4.2.4.3 b

Aan het begin van de installatie staat minstens een differentieel (meerdere naast elkaar mag) van hoogstens 300 mA.

Art. 4.2.4.3 b, 5.3.5.3 a

Elke differentieel aan het begin is hoogstens 300 mA en, huishoudelijk, minstens 40 A.

Art. 4.2.4.3 b

Onmiddellijk na de algemene differentieel: minstens een differentieel van hoogstens 30 mA voor de contactdozen (niet die van vaste toestellen), de verlichting, de ruimten met een bad of douche, en de was-, droog- en afwasmachines.

Art. 4.2.4.3 b

Hoogstens acht eindkringen achter een differentieel van 30 mA.

Art. 5.3.5.3 a

Huishoudelijk: differentiëlen in wisselstroom zijn minstens type A (type AC is niet toegelaten).

Bron: AREI Boek 1, versie 07.

In het kort

  • Een differentieel schakelt af bij een lekstroom, bijvoorbeeld door een persoon; een automaat doet dat niet.
  • De algemene differentieel is hoogstens 300 mA en in een woning minstens 40 A.
  • Contactdozen, verlichting, bad of douche en was-, droog- en afwasmachines komen achter hoogstens 30 mA.
  • Achter één differentieel van 30 mA hangen hoogstens 8 eindkringen.
  • In een woning is minstens type A nodig: type AC mag niet.
  • De testknop werkt en is bereikbaar.

Naar de quiz

Beoordeling
0 0

Er zijn momenteel geen reacties.

om als eerste een reactie achter te laten.

1. Wat is de grootste toegelaten aanspreekstroom van de algemene differentieel?
2. Wat is het kleinste toegelaten kaliber van de algemene differentieel in een woning?
3. Wat is het grootste aantal eindkringen dat achter één differentieel van 30 mA mag?
4. Wat moet er volgens het AREI achter een differentieel van hoogstens 30 mA?
5. Welk type differentieel is in een woning niet toegelaten?